|
Druivenrassen voor rode wijn Barbera Populair druivenras in een groot deel van Noord Italië en op z'n best in Piemonte. Barberawijnen zijn in vergelijking met de eveneens uit Piemonte afkomstige nebbiolowijnen zoals bijvoorbeeld Barolo en Barbaresco wat makkelijker toegankelijk. Ze hebben minder tannines, behoorlijk veel fruit en een markante zuurgraad. Goede rijping van de druiven is dus belangrijk! Barbera is behalve in Italië ook te vinden in Californië en Argentinië. Blaufränkisch Oostenrijks ras, gewaardeerd om zijn uitgesproken fruitige karakter, goede structuur en flexibele inzetbaarheid bij asssemblages. Blaufränkisch is smaakbepalend voor rode wijnen uit het Burgenland, puur of gemengd met cabernet sauvignon, st laurent en/of pinot noir. Met of zonder hout. Onder benamingen als kékfrankos, limberger, lemberger en franconia staat blaufränkisch ook aangeplant in respectievelijk Hongarije, Duitsland, Washington State en Friuli. Cabernet Franc Kleine broertje van de cabernet sauvignon en belangrijste druif voor rode Loirewijnen. Kan in stijl variëren van lichte, fruitige zomerwijn tot zeer geconcentreerde 'bewaarwijn'. Gebaat bij goede rijpheid, want vooral in jaren met gebrekkige rijping zijn de wijnen snel herkenbaar aan een vegetaal accent dat doet denken aan groene paprika.Cabenet franc is de druif voor het merendeel van de rode Loirewijnen, waaronder Anjou, Bourgueil, Chinon en Saumur-Champigny. Cabernet franc speelt in Bordeaux een discrete maar niettemin belangrijke rol in assemblages met cabernet sauvignon en vooral met merlot op de rechteroever. De beroemde uitzondering op de regel dat cabernet franc een ondergeschikte rol speelt is de wijn van Château Cheval Blanc, die juist in meerderheid uit cabernet franc bestaat. In het kielzog van de cabernet sauvignon en de merlot is de cabernet franc ver buiten Frankrijk terechtgekomen, hoofdzakelijk ter aanvulling van die twee, maar soms ook individueel gebotteld als varietal. Cabernet Sauvignon De onbetwiste druivenras nummer 1 voor rode wijnen. Cabernetwijnen zijn normaliter herkenbaar aan hun uitgesproken aroma van zwarte bessen, ongeacht waar ze vandaan komen. Ze hebben in de regel veel kleur, terwijl ze in hun smaak behoorlijk veel fruit en de nodige tannines bieden. Bij overproductie of onvoldoende rijpheid maak het fruit plaats voor een onaangenaam vegetale toon die aan groene paprika doet denken. Cabernets zijn wijnen die zich lenen voor houtopvoeding en die lang kunnen rijpen. In hun jeugd kunnen ze door de tannines wat stug overkomen. Daarom worden ze vaak gemengd met 'zachtere' rassen zoals de merlot of de shiraz. Omgekeerd wordt cabernet sauvignon regelmatig gebruikt als aanvullende druif om de smaak van traditionele rassen in een bepaald gebied wat complexer te maken. Cabernet sauvignon is een echte wereldburger, populair bij zowel producenten als consumenten. Hij wordt in een adem genoemd met Bordeaux, en dan in het bijzonder de gebieden op de linkeroever, Médoc en Graves. Hij krijgt daar overigens altijd aanvulling van merlot en meestal ook van cabernet franc. Cabernet staat zo ongeveer overal in Europa aangeplant. In het Franse Zuiden (Vin de Pays d'Oc) en Zuidwesten, in Spanje, in Italië en in Midden- en Oost-Europa. Hetzij als hoofdras, hetzij als smaakverbeteraar. Als echte wereldburger heeft de cabernet een solide reputatie opgebouwd in zijn Californië, met name in Napa. Chili en Australië produceren eveneens eersteklas Cabernets. Ook in andere 'nieuwe' wijnlanden zoals Zuid-Afrika en Argentinië neemt hij een prominente plaats in. Carignan Veel aangeplante druif in het Middellandse Zeegebied, in Spanje cariñena genoemd. Carignan genoot tot aan de jaren '70 grote populariteit bij producenten vanwege hoge opbrengsten maar wordt tegenwoordig in hoog tempo gerooid ten gunste van kwalitatief betere rassen. Dit gebeurt met name in de appellations van de Languedoc. Niettemin is de carignan nog altijd het meest aangeplante druivenras in Frankrijk. Carignan geeft wijnen met veel kleur, veel tannines en veel zuren maar met weinig verfijning. Assemblage met grenache en cinsaut zorgt voor meer toegankelijkheid. Alleen carignan van oude stokken met lage opbrengst en in goede wijngaarden levert interessante wijnen. Carmenère Medio jaren '90 in Chili herontdekt ras. Carmenère stond ooit op grote schaal aangeplant in Bordeaux en werd van daar uit eind 19e eeuw naar Chili gebracht. In Bordeaux werd hij weggevaagd door de phylloxera en daarna vanwege zijn structurele gevoeligheid voor ziekten niet meer heraangeplant. In Chili werd deze druif lange tijd aangezien voor merlot, maar is daar nu min of meer de 'nationale' trots geworden! Carmenère heeft veel aandacht nodig en moet letterlijk kort gehouden worden. Doet qua wijn wel wat denken aan cabernet franc. Cinsaut Mediterraan ras, ook wel gespeld als cinsault, dat vrij lichte, zachte en aromatische wijnen geeft. Ze zorgen voor fruit en soepelheid in assemblages. Door deze eigenschappen leent de cinsaut zich ook voor verwerking tot rosé. Hij staat op vrij grote schaal aangeplant in het hele zuiden van Frankrijk, in de Languedoc, Zuid Rhône en Provence. Cinsaut speelt eveneens een belangrijke rol in Zuid-Afrika, en ook daar vooral in blends. Gamay De gamay noir à jus blanc, zoals de officiële naam luidt, is dé druif van de Beaujolais. Zijn voornaamste kenmerken zijn fruitigheid en elegantie. Geeft in de regel wijnen om jong te drinken, al kunnen de steviger crus uit de Beaujolais soms behoorlijk goed rijpen. Buiten de Beaujolais is de gamay ondermeer aangeplant in de omgeving van Lyon en in Touraine. Grenache Voluit: grenache noir, want er is ook een grenache blanc en een grenache gris. In Spanje: garnacha. Typisch mediterraan ras, op grote schaal aangeplant in Noord en Noordoost Spanje (o.a. in Rioja, Penedès) en in het Franse Zuiden. In de Languedoc, Roussillon en Zuid-Rhône (o.a. Châteauneuf) belangrijk bestanddeel van assemblages. Grenache geeft wijn met behoorlijk veel alcohol, maar is erg gevoelig voor oxidatie. Sleutel voor kwaliteit is een lage opbrengst. Grenache-wijnen variëren in stijl van droge rosé tot zoete, bewust oxidatief gevinifieerde vin doux naturel zoals Banyuls. Grenache heeft ook zijn weg gevonden naar Californië en Australië, waar hij in de regel deel uitmaakt van zogeheten Rhône-blends. Malbec De malbec, alias cot, auxerrois of pressac, stamt uit het Franse Zuidwesten en heeft van nature een wat rustiek karakter. Malbec vormt het hoofdbestanddeel van de wijnen uit Cahors en maakt in Bordeaux en wijde omgeving soms (in bescheiden mate) deel uit van de assemblage. Malbec heeft een tweede thuis gevonden in Argentinië en is daar op ruime schaal aangeplant. Argentijnse malbec (ook wel: malbeck) kan bijzonder goede wijnen met veel structuur en volheid opleveren. Wijnen die uitstekend op hout kunnen rijpen. Ook het buurland Chili kan zeer goede malbecwijnen produceren. Merlot De vaste partner van de cabernet sauvignon, maar wel heel anders van karakter. Minder tanninerijk, dus soepeler en makkelijker toegankelijk. Té makkelijk? Geen nood. Zoals merlot gebruikt wordt om de cabernet sauvignon wat te verzachten, zo wordt omgekeerd cabernet sauvignon gebruikt om merlot wat meer beet en ruggengraat te geven. Merlot hoeft niet per se te rijpen, maar de betere kan dat wel degelijk. Merlot is de meest aangeplante druif in Bordeaux en hoofdingrediënt van beroemde wijnen als Pomerol, Saint-Emilion en Fronsac. Pétrus, een van Bordeaux' allergrootste en beroemdste wijnen, wordt bijna volledig van merlot gemaakt. Verder vormt hij de basis van eenvoudiger basiswijnen in de vorm van Bordeaux en Bordeaux Supérieur. Bovendien lijkt is hij in opmars in de Médoc. Er belangrijke reden voor deze toenemende populariteit is dat merlot eerder rijpt dan cabernet sauvignon en dus minder gevoelig is voor najaarsregen. In het voetspoor van de cabernet heeft de merlot zich verspreid over de hele wereld. Sterker nog, merlot heeft inmiddels zijn eigen plaats gekregen. Een waar Europees merlotbolwerk buiten Bordeaux is Noordoost Italië, en dan met name Südtirol / Alto Adige. Hetzelfde geldt voor het kanton Ticino in Zwitserland. De Nieuwe Wereld heeft zich evenmin onbetuigd gelaten bij het aanplanten ervan. Aanvankelijk gebeurde dat vooral om de merlot met de cabernet te mengen, nu om aan de al maar stijgende vraag naar dit type te voldoen. Merlot is in vrijwel alle belangrijke wijnlanden te vinden. Mourvèdre Meer nog dan de grenache een uitgesproken mediterrane druif die gerekend voor tot de groep van zogeheten 'Rhône-variëteiten'. Is wellicht afkomstig uit Spanje, uit de omgeving van Murviedro (Valencia) of die van Mataro (Catalonië). Mourvèdre is een veeleisende druif die absoluut warme, beschutte plaatsen nodig heeft en die rijke wijnen met veel alcohol en tannine produceert. Lange tijd werd aangenomen dat mourvèdre synoniem was van de in Spanje op ruime schaal aangeplante monastrell, maar recent DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat dat niet het geval is. Er is hoogstens verwantschap. 'Echte' mourvèdre is te vinden in Zuid-Frankrijk. Daar maakt hij in de regel deel uit van assemblages met grenache, syrah etc. Mourvèdre is het belangrijkste ras in de Provençaalse appellation Bandol. Buiten Europa is hij aangeplant in Australië en Californië, waar hij ook wel mataro wordt genoemd. Nebbiolo De klassieke druif van Piemonte waarvan de naam ontleend is aan het woord nebbio, Italiaans voor nevel of mist. Nebbiolo is uitermate kieskeurig wat betreft terroir en zelfs binnen Piemonte slechts op beperkte schaal aangeplant. Buiten Piemonte is dit druivenras bijgevolg helemaal zeldzaam. Nebbiolo geeft wijnen met veel tannines en zuren. De bekendste daarvan zijn Barolo en Barbaresco. Ondanks hun grote reputatie en hoge prijs kunnen deze wijnen nogal eens teleurstellend dun en droog zijn als gevolg van een te lange rijping op oud hout. Wijnen gemaakt in een moderne(re) stijl zijn echter magnifiek. Pinot Noir Pinot noir lijkt in alles de tegenhanger van de cabernet sauvignon. Pinot noir staat voor subtiliteit, charme en soepel fruit. Vergeleken met de cabernet is hij over het algemeen rijker aan zuren en armer aan tannines. En, als het goed is, van een bijzondere puurheid. Zeer kenmerkend voor pinot noir is zijn 'terroirgevoeligheid'. De kleinste nuanceverschillen in bodem en klimaat zijn al in de wijnen terug te proeven, te meer omdat pinot noir bijna altijd ongemengd blijft. Er valt dus niets te verdoezelen of te corrigeren. Pinot noir deelt deze eigenschap met zijn witte tegenhanger riesling. Pinot noir heeft zijn faam in de eerste plaats te danken aan grote rode Bourgognes. Wijnen met een goede kleur, extract en zuiverheid in geur en smaak. De wijnen hebben zelden dezelfde intensiteit als die van cabernet sauvignon of syrah, maar dat pinot noir geen wijn met kleur en structuur zou kunnen geven is een fabeltje. Gebrek aan kleur en inhoud is eerder het gevolg van te hoge opbrengsten in de wijngaard en te korte inweking tijdens het wijnbereidingsproces.Aangezien pinot noir erg kieskeurig is, om maar niet te zeggen een moeilijk druif, is zijn verspreiding niet onbeperkt. Hij gedijt alleen in relatief koele gebieden. Behalve de Bourgogne is dat in Frankrijk ook in de Champagne en dan met name in de Côte de Reims. Daar wordt pinot noir geassembleerd met de witte chardonnay en de blauwe pinot meunier. Hij zorgt voor een stevige, volle stijl champagne. Maar er is meer. Pinot is ook thuis in Sancerre en de Elzas in Frankrijk. En in Valais in Zwitserland. Vergeet trouwens ook Duitsland niet. Pinot noir heet daar spätburgunder en levert er al maar meer volle, krachtige wijnen. Spätburgunders nieuwe stijl zijn te vinden in o.a. Baden, de Rheingau en zelfs in het noordelijke Ahrdal. Een land buiten Europa dat de afgelopen tijd enorm veel opzien gebaard heeft met pinot noir is Nieuw-Zeeland, waar met name het gebied Central Otago grote wijnen voortbrengt. Een ander land waar de pinot noir al definitief zijn plaats gevonden heeft is de VS. Binnen Californië zijn er zelfs diverse regio's waar pinot noir als specialiteit gekoesterd wordt: de Russian River Valley in Sonoma, Carneros, Monterey en Santa Barbara. Ook Oregon, onderdeel van de Pacific Northwest, heeft een innige band met pinot. De staat dankt er zelfs zijn reputatie aan. Pinotage De enige 'eigen' blauwe druif van Zuid-Afrika. Pinotage is een in de jaren '20 van de 20e eeuw ontwikkelde kruising van pinot noir x cinsaut. Cinsaut werd aan de Kaap ooit - ten onrechte - 'hermitage' genoemd, vandaar de samengestelde naam pinotage. De echte ontdekking van de pinotage is van veel recenter datum. Mede daardoor is zijn aandeel in de Zuid-Afrikaanse aanplant beperkt tot slechts een paar procent, maar door zijn unieke status is zijn rol toch belangrijk. Pinotage gedijt het best in wijngaarden met gematigde klimatologische omstandigheden, d.w.z. in gebieden die niet te ver van de Atlantische of Indische oceaankust af liggen. Van deze druif met z'n opvallende aroma maakt men sterk uiteenlopende wijnen. Stijlen variëren van modern fruitig en houtvrij, via traditioneel kruidig en leerachtig, tot klassiek geconcentreerd, houtgerijpt en met rijpingspotentieel. Sangiovese Meest aangeplante druivenras voor rode wijn in Italië, en dan vooral in het midden van dat land. De lijst van synoniemen is door die grote verspreiding en de variatie in klonen lang: sangioveto, brunello, morellino, prugnolo gentile enz. Sangiovese is op z'n best in Toscane en Umbrië, waar hij wijnen met de nodige tannines en zuren geeft en waar hij soms aanvulling krijgt van andere rassen. Voorbeelden van grote Italiaanse wijnen die in hun geheel of grotendeels van sangiovese gemaakt worden zijn o.a. Chianti, Vino Nobile di Montepulciano, Brunello di Montalcino en Carmignano. Kwalitatief interessante sangiovesewijnen van buiten Italië komen vooral uit Californië. Syrah Stoer, krachtig, geconcentreerd. Zie daar een paar typeringen voor syrah, alias shiraz. Kenmerkend zijn ook een diepe kleur, stevig fruit en de nodige kruidigheid. Geen makkelijke druif, maar wel een die wijnen met veel karakter geeft. Gedijt het best in een mediterrane omgeving op arme bodems en geeft wijnen die goed kunnen rijpen. De benamingen 'syrah' en 'shiraz' worden losjes door elkaar gebruikt. Ze refereren in de regel aan verschillende smaakstijlen: de eerste is wat pittiger, de tweede wat fruitiger. De wijnen kunnen zowel op zichzelf gebotteld als gemengd worden met andere druivenrassen. Zo'n assemblage is ofwel een 'Rhôneblend' met o.a. grenache, ofwel een met cabernet sauvignon. De syrah komt historisch gezien wellicht uit de omgeving van de Shiraz in Iran, maar z'n ware thuisbasis is de Noordelijke Rhône. Daar is hij te vinden in klassieke appellations als Hermitage, Côte-Rôtie, Cornas, alsmede in Saint-Joseph en Crozes-Hermitage. Meer naar het zuiden, in bijvoorbeeld Gigondas, Châteauneuf en Vacqueyras, gebruikt men hem als aanvulling op de grenache. In de Languedoc en de Roussillon is de syrah in opmars, hetzij als onderdeel van assemblages, hetzij puur gebotteld. Behalve het Franse Zuiden is Australië een belangrijke syrah-producent. De druif heet daar overigens shiraz. Bovendien smaakt de wijn meestal anders dan de versies uit Frankrijk, minder pittig en meer 'jammy'. Australië's beroemdste wijn, de Grange - vroeger: Grange Hermitage! - is zo'n Shiraz. Wat je in Australië trouwens veel tegenkomt zijn assemblages van shiraz met cabernet sauvignon. Shiraz/syrah is ook te vinden in Zuid-Afrika, Argentinië, Chili en Californië. De aanplant neemt daar sterk toe als gevolg van zijn populariteit bij zowel wijnmakers als wijndrinkers. Tannat De tannat is een curieus geval! Om z'n karaktereigenschappen en om z'n verspreiding. Hij groeit enkel in het Franse Zuidwesten, met name in Madiran, en in Uruguay. Hij zorgt in Madiran voor stoere wijnen met veel kleur en een lading tannines. De naam tannat zou zelfs direct afgeleid zijn van die tannines. Het zijn wijnen die letterlijk en figuurlijk 'getemd' moeten worden, maar die ook veel karakter te bieden hebben! Ze kunnen goed tegen opvoeding op nieuwe eiken vaten en rijpen bovendien goed. Baskische emigranten hebben de tannat eind 19e eeuw meegenomen naar Zuid- Amerika. In Uruguay is hij zelfs de 'nationale' druif geworden. De Uruguayaanse versie van de tannat smaakt in de regel heel wat minder tanninerijk dan die uit Madiran. Tempranillo Nationale druif van Spanje en daar bekend onder diverse namen, zoals cencibel, tinto del pais of ull de llebre. Aangeplant in streken als Rioja, Ribera del Duero, Valdepeñas, Navarra, Costers del Segre en langs de Middellandse Zeekust. Tempranillo dankt z'n naam aan het gegeven dat hij vroeg rijpt. Immers, temprano is Spaans voor 'vroeg'. De druif produceert wijnen met veel kleur en structuur die goed op hout kunnen rijpen. Zijn zuurgraad is relatief laag, wat de toegankelijkheid ten goede komt. Tempranillo wordt zowel ongemengd als geassembleerd op de markt gebracht. Ook in Portugal is tempranillo te vinden en daarmee een van de weinige Spaanse rassen in dat land. De Portugezen noemen hem overigens tinta roriz of aragonez. Buiten het Iberisch schiereiland is de druif alleen nog in Argentinië te vinden, waar de naam ook wel als tempranilla geschreven wordt. Touriga Nacional Wellicht de bekendste en zeker de beste druif van Portugal. De touriga nacional is klein van stuk, maar geeft zeer geconcentreerde wijnen met veel kleur en tannines. Hij wordt gebruikt als een van de hoofdbestanddelen voor voor port en voor droge wijnen zoals Douro en Dão. In de regel gebeurt dat in de vorm van een assemblage, maar af en toe kom je hem ook als cepagewijn tegen. Zinfandel Typisch Californische druif, in Amerika vaak kortweg Zin genoemd, van Kroatische afkomst met een zeer uitgesproken karakter. Bijna even terroirgevoelig als de pinot noir en tegelijk bruikbaar voor alle denkbare typen wijn, van halfzoete rosé (White Zinfandel) tot portachtig en van beaujolaisachtig tot zeer krachtig. Op z'n best in Sonoma in zeer oude wijngaarden, d.w.z. van tot wel een eeuw oud. Grote Zinfandels hebben veel alcohol - 15% is niets bijzonders - en veel extract. Kenmerkende aroma's zijn o.a. frambozen en zwarte peper. |
