| Oostenrijk |
|
Oostenrijk heeft een rijke wijncultuur, De Oostenrijkse wijnen vinden in Nederland vooral hun weg naar de betere restaurants en gespecialiseerde wijnwinkels. In supermarkten en grote ketens zijn de wijnen niet of nauwelijks te vinden. Dit heeft vooral te maken met het kwalitatief hoogwaardige karakter van de Oostenrijkse wijnen en de kleinschaligheid van de wijnproductie.
De wijnbouwgebieden van Oostenrijk hebben totaal ca.
Druivensoorten Het paradepaardje van de Oostenrijkse wijnbouw is zonder meer de druivensoort Grüner Veltliner. Met 30% aanplant is dit de meest voorkomende druivensoort. Het is een druivensoort die sterk reageert op microklimaat en 'terroir' en dus in meerdere stijlen te vinden is. Aan de ene kant heb je de lichtere, fruitige variant (tot ca. 11,5% alk), en aan de andere kant de krachtigere, rijke variant (tot vaak 14,5% alk.). De lichtere variant is qua smaak enigszins vergelijkbaar met een Sauvignon Blanc. Het zijn fruitige wijnen met een aangename zuurgraad. In deze stijl kan de Grüner Veltliner het beste jong gedronken worden. Ze zijn ideaal als drinkwijn, maar ook heerlijk bij b.v. visgerechten, gevogelte, asperges of een salade. De krachtigere variant, is meer vergelijkbaar met een Chardonnay of Pinot Gris. Het zijn dan volle, rijke wijnen, met iets nootachtigs en het zo kenmerkende pepertje. De krachtigere variant van de Grüner Veltliner is juist een uitstekende bewaarwijn (ca. 10-15 jaar) en kan bij veel verschillende gerechten geserveerd worden. Behalve bij visgerechten, kan de wijn ook bij kalfsvlees, lamsvlees, wildgerechten en sommige - niet te zware - gerechten met rood vlees geserveerd worden. Wijnbouwgebieden
De wijngaarden van Oostenrijk liggen in het oosten van het land in een halve cirkel rondom Wenen, in het grensgebied met Tsjechië, Hongarije en Slovenië. De wijnbouwgebieden liggen vrij zuidelijk (op ongeveer dezelfde breedtegraad als de Bourgogne). Er heerst een gematigd landklimaat, met warme zomers en een lange warme herfst, waardoor de druiven optimaal rijp kunnen worden.
1. Alle gebieden ten noordwesten en noordoosten van Wenen (o.a. Wachau, Kamptal, Kremstal, Weinviertel): 2. Het gebied ten zuiden en zuidoosten van Wenen (o.a. Thermenregion, Neusiedlersee, Mittelburgenland, Südburgenland): Dit zijn de warmste gebieden van Oostenrijk. Klimaat en ook bodemstructuur zijn hier het meest geschikt voor rode wijn. Afhankelijk van de specifieke bodem, zijn bepaalde druiven dominant. In het Neusiedlersee is voornamelijk zandbodem. Hier gedijt vooral Zweigelt goed. In het Mittelburgenland zijn er met name zware leem-/kleibodems, waar Blaufränkisch de dominante druivensoort is. In de Thermenregion zijn veel kalkrijke bodems waar St. Laurent en Pinot Noir de mooiste resultaten opleveren. 3. De wijngaarden direct aan de oevers van de Neusiedlersee (o.a. de dorpjes Illmitz in het Neusiedlersee gebied aan de oostkant van het meer en Rust in Neusiedlersee Hügelland aan de westkant): Dit gebied is voornamelijk bekend vanwege de prachtige edelzoete dessertwijnen (o.a. Eiswein, Beerenauslese, Ausbruch en Trockenbeerenauslese). De combinatie van het warme landklimaat en de grote en ondiepe wateroppervlakte van de Neusiedlersee (300 km2 groot en ca. . Steiermark (Südsteiermark, Süd-oststeiermark en Weststeiermark) Dit is het enige gebied in Oostenrijk waar niet het pannonische landklimaat dominant is, maar wat meer in de mediterrane invloedsfeer ligt. Hier vind je karige, stenige bodemsoorten en soms ook vulkanische bodems. Dit gebied vormt eigenlijk samen met Slovenië en Friuli één klimaatzone. Witte druivensoorten zijn hier dominant, zoals Sauvignon Blanc, Traminer, Morillon (lokale naam voor chardonnay), Weissburgunder (Pinot Blanc), Grauer Burgunder (Pinot Gris) en Welschriesling (=Riesling Italico). Verder wordt er in de Weststeiermark ook een bijzondere, beendroge rosé gemaakt - Schilcher genaamd - van de druivensoort Blauer Wildbacher. |

